Herinvoering van de dienstplicht in Nederland

De veelgestelde vragen

 

 

Wat zijn de consequenties als we opnieuw verplicht soldaat worden?

Herinvoering in Nederland, niet zo eenvoudig!

Regelmatig zwelt in Nederland de discussie over de herinvoering de militaire dienstplicht weer aan. Op Twitter en andere sociale media  zijn de hartenkreten dan niet van de lucht. Zo snel mogelijk de kazernes weer opengooien is het meest gehoorde pleidooi. De slecht opgevoede jeugd van tegenwoordig kan best wat discipline gebruiken, zo is de stelling. En in onze individualistische maatschappij is het ook goed dat de ‘jongens en meisjes’ eens leren wat samenwerken is.

Maar als we die emoties even opzij zetten en goed nadenken over de consequenties. Staan we dan nog steeds achter herinvoering, oftewel het verplicht soldaat maken van de Nederlandse jeugd?

Daarom nu, de meest gestelde vragen over afschaffing en herinvoering van de militaire dienstplicht.

Militair historicus en dagbladjournalist Casper van den Broek is op dit moment dè specialist op het gebied van de dienstplicht. Hij is de schrijver van het boek ‘Het beste leger; verplicht soldaat in de jaren 80’. Als een van de weinigen uit zijn beroepsgroep – het grootste deel van de maatschappelijke elite koos in de nadagen van de Koude Oorlog de weg van het dienstweigeren – vervulde deze journalist zijn dienstplicht van 14 maanden. Bestel het boek.

Journalist en schrijver Casper van den Broek tijdens zijn militaire dienst in 1984.

 

Veelgestelde vragen

INHOUD:

Waarom is er dienstplicht?

Waarom is dienstplicht in Nederland afgeschaft?

Was het leger blij met afschaffing?

Helpt discipline je in het leven?

Was het leger streng?

Waarom was het leger niet populair?

Het leger als opvoedingsinstituut. Is dat nieuw?

Werkt maatschappelijke en militaire dienstplicht samen?

Opnieuw naar Afghanistan en Irak? Wat doe je met weigeraars?

Dan geef je weigeraars toch een boete?

Wat vinden onze moeders van herinvoering dienstplicht?

Wat blijft er over van het begrip ‘vrijheid’?

 

Bijna alle Nederlandse jongens ontvingen thuis het boekje ‘De keuring’: de eerste rauwe kennismaking met het feit dat zij verplicht soldaat moesten worden.

Alle Nederlandse jongens en meisjes ontvangen thuis dan dít boekje, met een uitnodiging: ‘De keuring’.

Waarom is er dienstplicht?

Oorlog. Dat is het enige antwoord. Dienstplicht is eind achttiende eeuw ontstaan om massaal mannen onder de wapenen te brengen. Een goede discipline of de opvoeding tot een efficiënte soldaat is slechts een bijproduct. Het is dus niet andersom. Dienstplicht om mensen op te voeden heeft nooit bestaan. Doel (oorlog voeren) en middel (opvoeding) mag je dus bij herinvoering van de dienstplicht nooit door elkaar halen.

 

Waarom is dienstplicht in Nederland afgeschaft?

Iedereen denkt dat de militaire dienstplicht in 1996 is afgeschaft (=‘opgeschort’) vanwege het einde van de Koude Oorlog en de val van het communisme en de Sovjet-Unie. Er zijn nog twee andere redenen. Dat is allereerst de modernisering van het leger. Al de hele twintigste eeuw was er een ontwikkeling van ‘bewapende mannen’ naar ‘bemande wapens’. Er waren steeds minder soldaten nodig. Kortom, tijdens mijn eigen diensttijd in de jaren 80 was er al een overschot aan jongens en werden de meesten van hen al vrijgesteld (= ‘buitengewoon dienstplichtig’), tegenwoordig zal dat helemaal een probleem worden.

Op de tweede plaats waren dienstplichtigen er alleen voor de verdediging van het vaderland. Voor vredesmissies moesten ze worden gevraagd. En op de vliegtuigtrap konden deze vrijwillige dienstplichtigen zich nog bedenken. PvdA-minister Relus ter Beek – de sociaaldemocraten waren altijd een grote voorstander van de landsverdediging waarbij alle mannen hun steentje moesten bijdragen – zag al snel in dat je zo geen leger kunt runnen. Nederland schakelde over op een honderd procent beroepsleger. Immers, beroepsmilitairen konden niet weigeren om naar Bosnië of Irak te gaan. Uitzending buiten Europa staat vastgelegd in hun arbeidscontract.

 

Was het leger blij met de afschaffing?

Ja en nee. De ene helft van de beroepsmilitairen vond een dienstplichtleger maar lastig. De diensttijd werd steeds korter, waardoor er te weinig tijd was om soldaten te oefenen. En als ze waren opgeleid, zwaaiden ze al weer af. De andere helft van het militaire kader betreurde in die tijd juist het vertrek van de laatste lichting ‘Jan Soldaat’. Dienstplichtigen waren veel hoger opgeleid. Er waren soldaten met een universitaire of hbo-opleiding. Die hoefde je niet alles twee keer uit te leggen, voordat ze het snapten. Verder kwamen ze uit alle hoeken van de samenleving en daar had je als militaire organisatie veel voordeel van. Defensie was minder een ‘eenheidsworst’, zo was de mening van dit beroepspersoneel.

 

Helpt discipline je in het leven?

Juist de laatste jaren verschijnen er steeds meer boeken over discipline. Het lijkt er op dat het in Nederland niet langer als een vies woord wordt gezien. Discipline kan je leven juist verrijken, zeggen tegenwoordig ook sommige filosofen. Als het om de militaire dienst gaat zijn er genoeg ex-dienstplichtigen die zeggen dat zij zich alleen maar hebben verveeld en veel bier hebben gedronken. Andere ex-militairen beweren juist dat zij in dienst orde en netheid zijn gaan waarderen, iets waar zij de rest van hun leven veel aan hebben gehad. Als soldaat leerden zij hun kast netjes op te ruimen en hun kleding mesbreed te vouwen. Het was vaak de eerste keer in hun leven dat zij wc’s moesten schoonmaken. Lees over dit onderwerp bijvoorbeeld het goede boek van Marli Huijer. lees.

Filosofe Marli Huijer schreef het boek 'Discipline; Overleven in overvloed'.

Filosofe Marli Huijer schreef het boek ‘Discipline; Overleven in overvloed’.

Was het leger streng?

Ook nu is het antwoord, ja en nee. Vooral tot en met de jaren zestig was het leger nog ouderwets streng, met koperpoetsen, schreeuwende sergeants en opsluiting achter de wacht. Kortom, de kenmerkende kadaverdiscipline van een massaleger. Na de protesten van de soldatenvakbonden VVDM en AVNM brak de ‘vermaatschappelijking’ van de krijgsmacht door. Lange haren werden toegestaan en je mocht gewoon in je eigen burgerkleding naar huis. Toch bleef het leger natuurlijk nog altijd veel strenger dan de burgermaatschappij. Je leerde in de houding staan en een officier te groeten. Maar binnen je team werkte je meer als gelijke. Er wordt over dienstplichtigen dan ook wel gesproken over de ontwikkeling van ‘ondergeschikte’ naar ‘onvrijwillige collega’.

 

Waarom was het dienstplichtleger nooit populair?

Nederland is geen anti-militair, maar wel een niet-militair land. We zijn eerder handelsland en nogal wars van autoriteiten. Toch hebben we altijd een militaire cultuur onderhouden. We zijn geen Costa Rica, waar het leger is afgeschaft. Nederland heeft altijd zijn neutraliteit verdedigd via afschrikking. En na de oorlog traden we toe tot het militaire bondgenootschap van de NAVO. Dat het leger niet populair was kwam omdat in Europa de koningen, keizers en andere vorsten eigenlijk bang waren voor dienstplichtigen. Een bewapend volk vonden ze maar niets. Dat volk kon zich immers tegen het gezag keren. Aan de andere kant hadden ze de massalegers wel nodig voor hun internationale oorlogen. Er werd daarom een tussenoplossing bedacht. Alle hogere rangen werden toebedeeld aan ‘betrouwbare’ beroepsmilitairen, de dienstplichtigen kwamen nooit verder dan de lagere rangen. Dit heet een kader-militieleger. In het vrijere Amerika kunnen dienstplichtigen sneller doorstoten naar de hogere rangen. Kijk maar naar bijvoorbeeld de film ‘Saving private Ryan’. Hoofdrolspeler Tom Hanks is in die film een legerkapitein, die in het dagelijks leven gewoon een schoolleraar is.

 

Het leger als opvoedingsinstituut. Is dat nieuw?

Al aan het begin van de twintigste eeuw werd ons dienstplichtleger zowel in nationalistische als socialistische kringen gezien als een instrument om mensen op te voeden tot een volwaardig staatsburger. Het ging hen echter niet om het bijbrengen van discipline, maar om het tegengaan van de tweedeling in de samenleving. De militaire diensttijd was immers een van die weinige perioden in het leven, waarbij mensen van verschillende rangen en standen met elkaar moesten samenwerken. Dat werkt verbroedering in de hand. Andere groeperen, zoals de anarchisten, zagen het leger juist als een onderdrukkend instituut dat de vrije wil probeerde te ketenen. Maar nogmaals, ook toen was oorlog het doel van het leger. Dat opvoeden was mooi meegenomen.

Dienstplicht betekent ook soldatenvakbonden. Niet langer de activistische VVDM, maar de gematigde AVNM was in de jaren 80 de belangrijkste vertegenwoordiger van 'Jan Soldaat'.

Dienstplicht betekent ook soldatenvakbonden. Niet langer de activistische VVDM, maar de gematigde AVNM was in de jaren 80 de belangrijkste vertegenwoordiger van ‘Jan Soldaat’.

Werkt maatschappelijke en militaire dienstplicht samen?

Laat mensen gewoon kiezen tussen maatschappelijke en militaire dienstplicht, wordt er vaak geroepen. Het is een populaire opinie. Toch blijkt dat in de praktijk lastig te zijn. Er is welgeteld één keer mee geëxperimenteerd, namelijk in het oude West-Duitsland van de jaren 70. Dienstplichtigen konden aankruisen of zij militair of maatschappelijk wilden dienen. Dat experiment is faliekant mislukt. Binnen de kortste keren had het Duitse leger tekorten en kwam de nationale veiligheid in gevaar. Tijdens de Koude Oorlog konden we ons dat natuurlijk niet permitteren. Net als in alle andere landen moesten de Duitse dienstplichtigen zich daarna gewoon weer verantwoorden als zij niet in het leger wilden dienen. Kortom, met zo’n systeem kan je geen betrouwbare krijgsmacht opzetten. Dienstplicht en dienstweigeren horen onverbrekelijk bij elkaar.

Afghanistan en Irak. Wat doe je met weigeraars?

Ook veel ouders vinden een poosje militaire dienstplicht voor hun jongen of meisje helemaal niet slecht. Een beetje discipline kan geen kwaad. Maar wat als de Nederlandse regering besluit tot een nieuwe missie naar Afghanistan, Irak of welk ander ver land? De kans dat de publieke opinie van het ene op het andere moment omslaat is levensgroot. Wie wil zijn kinderen verplicht aan dat soort gevaren blootstellen? Of terugkrijgen in een lijkzak? En legers zijn tegenwoordig te ingewikkeld om aparte eenheden van beroepsmilitairen en dienstplichtigen te onderhouden. Praktisch gezien gaat herinvoering van de militaire dienstplicht grote problemen opleveren.

Wat vinden onze moeders van herinvoering dienstplicht?

Volgens het gezaghebbende boek ‘War in Human Civilization’ van de Israëlische majoor Azar Gat is de belangrijkste ontwikkeling in de 10.000-jarige geschiedenis van de mens als oorlogvoerend ‘dier’ niet de groei van de techniek, maar iets compleet anders: de emancipatie van de vrouw. Doordat vrouwen, en dan niet alleen in de Westerse wereld, economisch steeds zelfstandiger worden, zet dat de oude man-vrouwverhoudingen op zijn kop. Machogedrag levert te weinig rendement op. En dat werkt ook door in hoe wij denken over en omgaan met militarisme en oorlogen. Enerzijds dringen vrouwen door in het leger, anderzijds wordt de weerzin tegen oorlog groter. Denk maar eens aan de ‘opstand van de Russische moeders’, die hun zonen weigerden af te staan voor de vernederingen in het dienstplichtleger in Afghanistan. Er wordt daar veel geslagen en getreiterd. In Nederland is in de jaren 90 nog nagedacht over vrouwelijke dienstplichtigen. Niet doen, was de conclusie van de legerleiding. Als we vaders en moeders tegelijk massaal als reservist moeten oproepen, wie zorgt er dan voor de kinderen? Tenslotte, valt het je op dat op Twitter bijna alleen mannen om herinvoering roepen? Moeders kom je in dit debat weinig tegen.

Wat doen we met totaalweigeraars?

De allerbelangrijkste kwestie bij de voors en tegens van herinvoering van de dienstplicht is die van de mensen die weigeren om mee te doen. Die zullen er altijd zijn. De dienstplicht en het dienstweigeren horen onverbrekelijk bij elkaar. Je ontkomt er niet aan om deze jongens en meisjes in de gevangenis te gooien. En dat moet altijd langer zijn dan de ‘gewone’ diensttijd voor mensen die wel meedoen. Er moet immers een afschrikwekkend voorbeeld van uitgaan. Anders gaat iedereen weigeren. Ter voorbeeld: in de jaren 80 had je de ‘totaalweigeraars’. De ‘gewone’ militaire dienst was toen 14 maanden. Totaalweigeraars, die ook geen vervangende dienst wilden doen, gingen voor 18 maanden naar gevangenissen, verspreid over het hele land. Veel langer dus dan voor een roofoverval of andere zware misdaad. Het lot van weigeraars moet je dus altijd meenemen als je overgaat tot herinvoering van de dienstplicht om onze jongens en meisjes wat extra discipline bij te brengen.

 

Maar dan leg je totaalweigeraars toch gewoon een boete op?

Een boete opleggen voor het weigeren van militaire of maatschappelijke dienst brengt ons terug naar de negentiende eeuw. Toen had je het systeem waarbij je voor een fors geldbedrag iemand anders jouw dienstplicht kon laten vervullen. Het gevolg was dat rijke ouders deze plicht voor hun zonen konden afkopen en alleen arme sloebers het leger in moesten. Het gevolg was een slecht functionerend leger en een stevig gevoel van onrechtvaardigheid in de samenleving. Ook nu wordt in Turkije het systeem van het afkopen van de militaire dienst gezien als iets wat niet meer van deze tijd is. Het is gewoon een melkkoe.

Schieten met de Uzi. Menige dienstplichtige heeft amper vijf kogels afgevuurd, aangevuld met wat losse flodders.

Schieten met de Uzi. Menige dienstplichtige heeft amper vijf kogels afgevuurd, aangevuld met wat losse flodders.

‘Dienstplicht is slavernij’. Wat doen we met onze vrijheid? 

Laatste kwestie is natuurlijk die van onze vrijheid. Tegenwoordig verstaan we onder vrijheid niet alleen de vrijheid van meningsuiting, maar ook de vrijheid van ieder mens ‘om met rust gelaten te worden’. En dat betreft dan niet alleen door de medemens, maar vooral door de overheid. Het is een begrip over vrijheid dat vanuit de Verenigde Staten van Amerika naar ons is overgewaaid. Dienstplicht is in wezen slavenarbeid, zo luidt daar de stelling. Alleen in een uiterste noodgeval – als je land wordt aangevallen – zou je daar nog wel aan kunnen denken, al zullen sommigen dát zelfs verwerpen. Maar ‘slavenarbeid’ om mensen via de staat discipline en saamhorigheid bij te brengen, dat gaat nog een stapje verder. Of moeten we dienstplicht meer zien als burgerzin? Staatsopvoeding is in ieder geval een onderwerp waarover we met elkaar eerst eens een diep filosofisch debat met elkaar moeten aangaan alvorens we kiezen voor herinvoering.

Print Friendly